Vier jaar grondwatermetingen: dit zijn de resultaten

Vier jaar lang is gemeten hoeveel nitraat in het grondwater zit in en rond Springendal en Dal van de Mosbeek. Dit werd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gedaan in de herfst van 2022, 2023, 2024 en 2025 onder 46 percelen. De metingen brengen de uitgangssituatie in beeld en dienen daarmee als nulmeting voor toekomstige ontwikkelingen. Het RIVM heeft de resultaten gepubliceerd in een kennisnotitie.

 

Hoe wordt er gemeten?
In het Springendal & Dal van de Mosbeek wordt op dezelfde manier gemeten als in het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM). Er wordt een tijdelijk boorgat gemaakt tot onder de grondwaterstand. Met een speciale buis wordt vervolgens een watermonster genomen uit de bovenste meter van het grondwater. Als er tot vijf meter diep geen grondwater aanwezig is, wordt in plaats daarvan bodemvocht onderzocht. Hiervoor worden grondmonsters genomen op een diepte van anderhalf tot drie meter onder het maaiveld. Het onderzochte grondwater of bodemvocht is relatief recent in de bodem terechtgekomen. Daardoor geven de metingen een goed beeld van de invloed van het landbouwkundig gebruik op het perceel. Op ieder perceel worden zestien watermonsters genomen.

Meerdere factoren
De nitraatconcentratie in het ondiepe grondwater onder landbouwpercelen kan sterk verschillen, zowel per locatie als per periode. Niet alleen het gebruik van mest heeft hier invloed op. Ook andere factoren spelen een belangrijke rol, zoals het weer. Na een nat 2023 was de gemiddelde nitraatconcentratie 48 milligram en in 2024 27 milligram per liter, ook een nat jaar. Het droge 2025 liet de nitraatconcentratie weer oplopen. Naast het weer zijn ook de bodemsoort, grondwaterstand en het gewas factoren die van invloed zijn.

Verschillen in percelen
Er is verschil te zien tussen percelen, ook binnen dezelfde categorie. Zo zit er onder sommige akkers bijna geen nitraat en onder andere veel. Voor drinkwater geldt een norm van 50 milligram nitraat per liter en in elke categorie agrarische percelen zitten percelen die daarboven zitten.

Eerste meetperiode afgerond
De eerste meetperiode is nu afgerond en de tussenresultaten zijn bekend. De uitkomsten van 2022 -het eerste meetjaar- vallen waarschijnlijk te laag uit. Op sommige plekken is toen onder een leemlaag gemeten en daar zat ouder water dan het water dat net van het perceel was weggezakt. Daarom is de meetmethode aangepast en wordt er sinds 2024 boven de leemlaag gemeten. Ook hebben we de meetperiode verlengd naar vier jaar. Om tot een betrouwbaar gemiddelde te komen, moet er minimaal drie jaar volgens dezelfde meetmethode zijn gemeten.

 

Conclusie
Samenvattend heeft dit de vier jaar metingen ons geleerd:

  • We meten nu per gewas. Op veel percelen werd een ander gewas geteeld dan we vooraf dachten. Daarom delen we de percelen niet meer in zoals in het oorspronkelijke monitoringsplan, maar op wat er echt groeit.
  • Het grondwater onder natuur bevat het minste nitraat. Gemiddeld is dat 7 milligram per liter onder natuurgebieden. Onder kruiden- en faunarijk grasland is het 23, onder gewoon grasland 29, onder kruiden- en faunarijke akkers 48 en onder akkerbouw 69 milligram per liter. Dat is ongeveer wat ook in andere zandgebieden in Nederland wordt gemeten.
  • Het eerste meetjaar viel waarschijnlijk te laag uit. In 2022 is deels ouder water bemonsterd. Doordat we over vier jaar middelen, valt dit voor het grootste deel weg.
  • De verschillen tussen percelen zijn groot. Een gemiddelde zegt dus weinig over één perceel.
  • Er is nog geen norm om aan te toetsen. We kunnen niet bepalen bij welke concentratie de natuur en het beekwater voldoende beschermd zijn.

 

Hoe verder?
De metingen worden doorgevoerd tot en met 2028, maar wel in een iets kleinere opzet. Daarnaast zoeken we samen met het deskundigenteam naar een grenswaarde voor het nitraat. Veel grondeigenaren en gebruikers vragen daar om, want zij willen weten wanneer de waarde laag genoeg is.

Samen
We gaan samen met de agrariërs de meetgegevens bespreken en duiden. Dat doen we met een werksessie. We vinden het belangrijk om hierbij zorgvuldig te werk te gaan. Pas door de resultaten per perceel te bekijken en te bespreken, kunnen we bepalen wat de gegevens daadwerkelijk betekenen en verantwoorde conclusies trekken. De betrokken agrariërs worden persoonlijk uitgenodigd voor de werksessie, deze vindt eind november plaats.

 

Lees de volledige kennisnotitie hier.

Vragen? Stel ze aan de omgevingsmanager Natura 2000 Anke Volkerink: a.volkerink@overijssel.nl Ook de pers kan met Anke contact opnemen.