Op de Roezeberg, in het Natura 2000-gebied Springendal en Dal van de Mosbeek, wordt sinds twee jaar gewerkt met evenwichtsbemesting. Dit betekent dat de bemesting nauwkeurig wordt afgestemd op wat gewassen daadwerkelijk aan voedingsstoffen uit de bodem halen. De aanpak blijkt succesvol: het stikstofoverschot is beperkt tot gemiddeld 28 kg per hectare en er is een netto onttrekking van gemiddeld 11 kg fosfaat per hectare.
Evenwichtsbemesting is als tijdelijke maatregel ingesteld binnen de Natura 2000-opgave voor het Springendal en Dal van de Mosbeek. In het deelgebied Roezeberg komt alluviaal (ook wel: beekbegeleidend) bos voor langs de Roezebeek, maar de kwaliteit hiervan is matig. Dit komt door minder gunstige groeiomstandigheden dan langs de Mosbeek, waar alluviaal bos zich beter kan ontwikkelen.
Om dit bos op de meest geschikte locaties langs de Mosbeek te laten groeien, is een langetermijnaanpak nodig. Totdat deze nieuwe bosgebieden voldoende ontwikkeld zijn, is het belangrijk om het bestaande alluviale bos op de Roezeberg in stand te houden. Een te hoog nitraatgehalte in het grondwater vormt hierbij een risico. Daarom zijn maatregelen nodig om het nitraatgehalte in grond- en oppervlaktewater laag te houden.
Evenwichtsbemesting, een methode die eerder succesvol is toegepast bij het Boetelerveld, biedt hier een oplossing. Om die reden is deze methode tijdelijk ingevoerd in het gebied.
In 2020 stelde LTO, destijds bestuurlijk trekker van het gebiedsproces, aan de Bestuurlijk Adviescommissie (BAC) voor om evenwichtsbemesting toe te passen in het Springendal en Dal van de Mosbeek. Vijf agrariërs en een pachter namen deel aan het project, dat in totaal ruim 25 hectare beslaat. Een deel van hun landbouwgrond ligt binnen het gebied.
De deelnemers worden begeleid door Rudie Freriks, die eerder betrokken was bij de ontwikkeling van evenwichtsbemesting in het Boetelerveld. Binnen het project worden uitgebreide metingen en registraties uitgevoerd. Grondmonsters brengen de bodemvruchtbaarheid in kaart, en ook de organische mest die wordt uitgereden, wordt geanalyseerd. Op basis van een bemestingsplan wordt per snede gras de optimale hoeveelheid bemesting bepaald en geregistreerd. De grasopbrengst wordt geschat met een grashoogtemeter en door bemonstering van ingekuild gras.
Daarnaast wordt het beweidingspatroon nauwkeurig bijgehouden: het aantal stuks vee, de weideduur per dag en het aantal dagen per perceel. Dit maakt het mogelijk om te berekenen hoeveel gras een koe vreet en hoeveel mest in de weide achterblijft. De eiwitgehaltes in vers gras worden vergeleken met analyses van een nabijgelegen onderzoeksbedrijf. Kortom, alle ingaande en uitgaande nutriënten worden zo volledig mogelijk geregistreerd.
Het project loopt inmiddels twee jaar. 2023 stond in het teken van wennen aan de werkwijze en het registreren van gegevens. Gedurende 2023 en 2024 zijn de agrariërs regelmatig bezocht om de voortgang te bespreken, advies te krijgen en kennis uit te wisselen. Alle verzamelde data over bodem, bemesting en grasopbrengst zijn inmiddels verwerkt om de toegediende en onttrokken hoeveelheid stikstof en fosfaat te berekenen.