31 jan 2023

Nulmetingen en opengatboringen: monitoring van de waterkwaliteit

Schoner grondwater. Dat is een belangrijke ambitie die ten grondslag ligt aan de Natura 2000-maatregelen in het gebied Springendal en Dal van de Mosbeek. Door de waterkwaliteit zo nauwkeurig mogelijk te monitoren, brengen we dit proces in beeld. Daarom voeren we, voorafgaand aan de werkzaamheden, nulmetingen uit.

De eerste metingen zijn in het najaar van 2022 verricht. Ook in 2023 gaan we metingen uitvoeren, wanneer de maatregelen nog niet zijn uitgevoerd. Deze metingen samen vormen de nulmeting. Na het uitvoeren van de maatregelen gaan wij opnieuw metingen uitvoeren, waarbij we na drie jaar (nadat de maatregelen zijn uitgevoerd) kijken wat de resultaten zijn en of er al eerste conclusies getrokken kunnen worden. De termijn van 3 jaar is gekozen om de invloed van specifieke weersomstandigheden zo klein mogelijk te maken en tot een betrouwbaar gemiddelde te komen. Na deze drie jaar zal het programma ‘gewoon’ worden doorgezet.

Doel van de metingen

De monitoringsopgave is tweeledig. Enerzijds willen we weten wat (straks) het effect van de maatregelen is op de (grond)waterkwaliteit, anderzijds willen we in beeld krijgen welke uitdagingen de toekomst nog brengt. Bij het bepalen van de kwaliteit zijn vooral de nitraat- en sulfaatgehalten van belang, aangezien deze stoffen zorgen voor de negatieve effecten op habitats in het gebied.

Hoe zit dat precies?
Zo lang nitraat zich in de bovengrond van landbouwgrond bevindt kan het beschikbaar komen voor de gewassen en vormt dit geen probleem. Zodra nitraat echter uitspoelt naar het grondwater kan het via de grondwaterstroom in de habitats terecht komen. Dat laatste, ook wel ‘nitraatverliezen’ genoemd, wordt in de monitoring gemeten.

Daarnaast bevindt zich ook nitraat in de diepere ondergrond. Dit is nitraat die van verder weg komt en vaak al ouder is, soms wel 30 jaar oud. Dit nitraat verplaatst zich langzaam. Op veel plekken komt dit diepere grondwater in de beekdalen weer aan het oppervlak en zorgt hier voor de nodige vermesting. Zeker als nitraat in aanraking komt met pyriet en er sulfide ontstaat, kan dit grote gevolgen hebben voor de habitats. Sulfide en sulfaat zorgen voor veenafbraak, wat weer nadelig is voor de vegetaties in het beekdal. Daarom willen we ook weten wat er nog ‘onderweg’ is aan nitraat en sulfaat. Hiervoor worden waterkwaliteitsbuizen geplaatst. Het water in deze buizen wordt dan regelmatig bemonsterd, zodat we weten wat de kwaliteit is van het diepere grondwater.

Uitvoering van de werkzaamheden

In het natuurgebied voert het RIVM in opdracht van LTO en Provincie opengatboringen uit. Er worden 16 gaten per perceel geboord en aangetroffen grondwater wordt bemonsterd. Is er geen grondwater aanwezig? Dan nemen we grond uit het gat mee en slingeren we in het lab het bodemvocht eruit en wordt dit bemonsterd. Dit proces is vormgegeven door Deltares (onafhankelijk kennisinstituut voor toegepast onderzoek op het gebied van water en ondergrond) en het RIVM, met vertegenwoordiging van een aantal boeren in het gebied.

De komende jaren kunnen we de boringen steeds efficiënter uitvoeren. Het is deels een leerproces: omdat het gebied bijzonder heterogeen is qua bodemopbouw en kwel en veel hoogteverschillen kent, moeten de boringen op verschillende manieren worden uitgevoerd. Op één perceel komen soms wel vier of vijf verschillende grondsoorten voor. Elke bodemsoort gaat anders met het grondwater om en op sommige plekken duikt het grondwater heel diep weg. Hier krijgen we met de tijd steeds beter zicht op.

Stand van zaken

Op dit moment zijn we in afwachting van de resultaten van de boringen in 2022. Pas na drie jaar meten trekken we hieruit de eerste conclusies. De eerstvolgende metingen staan gepland voor het najaar van 2023. Dit moment in het jaar is specifiek gekozen: in de nazomer spoelt het nog beschikbare nitraat uit.

Gerelateerd